Werkwoordspelling hoeft geen struikelblok te zijn met de juiste aanpak en ezelsbruggetjes.
De basis regels
Tegenwoordige tijd enkelvoud - stam (ik loop), stam+t (jij/hij loopt), hele werkwoord (wij lopen). Verleden tijd hangt af van stam: 't kofschip regel bepaalt -te/-de.
't Kofschip regel
Laatste letter stam in 't kofschip? Dan -te, anders -de. Bijvoorbeeld: werken ? werkte (k in 't kofschip), spelen ? speelde (l niet in 't kofschip).
Voltooid deelwoord
ge+ stam +t/d. Zelfde 't kofschip regel, maar let op sterke werkwoorden (gelopen, gezwommen).
Lastige gevallen
- gebeuren/gebeurde/gebeurd - dubbele letters blijven
- verhuizen/verhuisde/verhuisd - geen dubbele s
- Ei/ij werkwoorden: rijden ? reed (verleden tijd), bereiden ? bereidde (zwak werkwoord)
Tips voor correct spellen
- Spreek werkwoord hardop uit
- Maak de zin vragend (loop jij? ? jij loopt)
- Vervang onderwerp door 'ik' voor stamvinding
Veelgemaakte fouten
- jij loopt maar loopt jij? (geen -t bij omkering)
- hij vindt niet vind (altijd -t bij hij/zij/het)
- wordt met dt (komt van worden)
Ezelsbruggetjes
- 't kofschip (of 't fokschaap voor dyslectici)
- "Sexy Cadeautje" voor -c regel (focus ? focuste)
- smurfen-truc voor stam vinden
Online hulpmiddelen
werkwoordspelling.nl voor snel checken, Onze Taal website voor uitleg, oefen met apps zoals Squla.
Belangrijkste: oefen regelmatig, herken patronen, bij twijfel opzoeken. Met tijd wordt het automatisme!